| Circuit normen Supermotard circuits
2002
DEFINITIE VAN SUPERMOTARD Supermotard is een wedstrijd voor motoren, die zich gedeeltelijk afspeelt op de weg (asfalt) en gedeeltelijk op natuurlijk terrein, met natuurlijke obstakels. BAAN Een baan voor de Supermotard moet bestaan uit ca. 75 % verhard gedeelte
(bv. asfalt, geen klinkers en/of tegels) en ca. 25 % onverhard en natuurlijk
materiaal (zand, leemachtige grond, eventueel vermengd met 3 tot 4 % cement
toevoeging). De baanlengte mag niet korter zijn dan 1,3 en niet langer dan 2,50 km.
De verticale ruimte tussen de baan en enig obstakel boven de baan moet minimaal 3 m bedragen. Springschansen Springschansen zijn alleen toegestaan in het onverharde gedeelte van het circuit. De springschansen moeten over de volledige breedte van de rijbaan aangebracht zijn. Speciale aandacht moet worden geschonken aan de oprijhoek (steilheid)
van de schansen. Meervoudige sprongen (dubbele, drievoudige enz.) zijn verboden. Meervoudige sprongen worden als zodanig beschouwd als de 2e en/of de 3e sprong, enz. in de landingszone van resp. de 1e of de 2e sprong, enz. ligt. De afstand tussen de springschansen moet minimaal 30 meter zijn (gemeten van de top van een schans tot de top van de volgende). Springschansen op het asfalt weggedeelte zijn verboden. VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN De start, finish, het rennerskwartier en alle locaties langs de baan waar publiek is toegelaten moeten beschermd worden door een deugdelijk hek (systeem dranghekken met spijlen) om het publiek tegen te houden. De aanwezigheid van(waak)honden en andere dieren in zones die gereserveerd
zijn voor rijders, monteurs, aangevers, vertegenwoordigers van de industrie
en de pers is verboden. Aan beide zijden van de rijbaan moet een neutrale en obstakel vrije veiligheidszone
aanwezig zijn van minimaal 1,00 meter breedte. Deze veiligheidszone moet aan de kant van het publiek afgesloten zijn door een gesloten hek (systeem dranghek met spijlen) of een natuurlijk obstakel met een hoogte van minimaal 1,20 meter. Aan de kant van de rijbaan, indien niet door een natuurlijke afscheiding reeds gemarkeerd, door markeringspaaltjes.
Oversteken mag alleen op bewaakte en duidelijk aangegeven oversteekplaatsen en uitsluitend als de baan is vrijgegeven. Om de rijders te beschermen moeten alle obstakels in of direct achter de buitenafzetting zoals reclamepalen, lichtmasten, bomen, muren, verdeelkasten en dergelijke door strobalen of ander schokabsorberend materiaal ingepakt worden. In bochten moet een uitloopstrook gecreëerd worden. Als daar geen
mogelijkheid toe is moet in bochten waar publiek staat de buitenbocht,
vanaf het moment dat de bocht begint, tot voorbij het moment dat de bocht
eindigt, afgezet worden met een dubbele rij dranghekken op voldoende onderlinge
afstand. Deze twee rijen mogen niet onderling verbonden zijn. De tussenruimte
moet afgeschermd worden door voldoende markeringstape. In de baan aanwezige putdeksels en dergelijke moeten op de plaatsen waar zij slipgevaar opleveren, voorzien worden van een antislip coating. In alle bochten moeten de volgende materialen aanwezig zijn: BEWAKING EN CONTROLE Opstelruimte: Sleutel- en aangeefruimte: Indien de sleutelruimte uitsluitend via de opstelruimte betreden kan worden, kan de toegangscontrole hierop gecombineerd worden met de ingang van de opstelruimte. Opvangruimte (Parc Fermé) Bochten: Het aantal baancommissarissen en de locatie van hen, wordt door de wedstrijdleider bepaald. De minimum leeftijd voor baancommissarissen is 16 jaar. Zij dienen in het bezit te zijn van een geldig KNMV Baancommissarissen diploma.
Officiële signalen moeten gegeven worden door middel vlaggen met ongeveer de afmetingen 75 cm x 60 cm en wel als volgt: Signaal Betekenis Zwarte vlag en een bord met het Gele vlag, stilgehouden Gevaar, langzaam rijden Gele vlag, gezwaaid Onmiddellijk gevaar, voorbereid zijn om te stoppen, inhalen verboden Rood/gele vlag Gevaar, olie op de baan Blauwe vlag, gezwaaid Opgelet, u gaat gedubbeld worden Groene vlag Baan vrij voor de start van de wedstrijd Zwart-wit geblokte vlag Einde van de trainingen/wedstrijd
Voor en na elke wedstrijd wordt door een marshall per motor of auto de gehele baan rond gereden met een duidelijk zichtbare vlag, met de volgende betekenis: Rode vlag: Groene vlag:
Gedurende de gehele wedstrijddag dient een werkploeg ter beschikking te zijn om herstelwerkzaamheden aan de baan, afzettingen, beveiligingen en dergelijke uit te voeren. Opgetreden beschadigingen tijdens een wedstrijd moeten voor de volgende start uitgevoerd zijn. Indien de wedstrijdleider het nodig acht, moet het onverharde gedeelte van de baan, geruime tijd vóór en tussen de wedstrijden, goed besproeid worden om normale racecondities en bescherming van het publiek en rijders te verzekeren. Passend zwaar materieel voor de natuurlijke gedeelten en een zuigende straatveger voor het asfalt gedeelte moeten permanent voor het onderhoud van het circuit voorhanden zijn. (als ook bedienend personeel)
Het rennerskwartier moet zo dicht mogelijk bij de opstelruimte gesitueerd
zijn. Tijdens het evenement dient een tegen weersinvloeden beschermd informatiebord op een duidelijk zichtbare en voor rijders en officials toegankelijke plaats nabij de ingang van de opstelruimte aanwezig te zijn, waarop de wedstrijdmededelingen en uitslagen aangebracht kunnen worden De bodemgesteldheid van het rennerskwartier moet zodanig zijn dat de
vervoermiddelen van de deelnemers, onder enigszins normale weersomstandigheden
zich op eigen kracht kunnen voortbewegen. Er dienen vrije rijpaden van voldoende breedte aanwezig te zijn voor hulpverleningsdiensten (bijv. brandweer en ambulance). Indien een afspuitplaats met vetafscheider voor motoren niet aanwezig
is, is afspuiten van de motoren verboden. Het gebruik van de zogeheten milieumatten in het rennerskwartier is verplicht. Deze matten dienen door de rijders zelf te worden aangeschaft. OPSTELRUIMTE EN MACHINEKEURING De opstelruimte voor deelnemende motoren is bij voorkeur gesitueerd aansluitend op de startruimte aan de buitenkant van de baan en zo dicht mogelijk bij het rennerskwartier. De opstelruimte dient voorzien te zijn van opstelnummers en voldoende groot te zijn voor het correct opstellen van de deelnemende solomotoren en quads. De opstelruimte dient rondom zodanig afgezet te zijn met vaste hekken, dat toegang alleen mogelijk is via de hiervoor bestemde en bewaakte ingang. De ruimte voor de machinekeuring, helmkeuring, verstrekking transponders en dergelijke ligt aangesloten aan de opstelruimte. De toegang vanuit het rennerskwartier tot de opstelruimte dient via deze keuringsruimte te lopen. In de keuringsruimte dienen enkele tafels en stoelen aanwezig te zijn. Indien de plaatselijke situatie bovenstaande niet mogelijk maakt, kan de wedstrijdleider een andere werkbare opstelling en locatie vaststellen.
De sleutel en aangeefruimte dient op een veilige plaats gesitueerd te worden en de in- en uitrit dienen aan dezelfde zijde van de finishlijn te liggen. Deze ruimte dient aangegeven te worden op de circuittekening.
De startruimte dient op het verharde deel van het circuit gerealiseerd te worden. De startplaatsen moeten met witte verf aangegeven zijn op het wegdek volgens de "Formule I" opstelling. Een startstreep is 80 cm., het midden van deze startstreep moet aangegeven
zijn. De minimale beschikbare breedte moet voor solo-motoren 1 meter en voor quads 2 meter zijn. Indien de eerste bocht naar rechts gaat, is de pole position aan de linkerzijde, indien de eerste bocht naar links gaat, is de pole position aan de rechter zijde. Dit gezien vanuit de startrichting. Voor het startveld is een doorgetrokken witte streep aangebracht, die tevens als finishlijn dient en tegenover de tijdwaarneming ligt. Achter het startveld, 4 meter achter de laatste positie, is een doorgetrokken witte streep aangebracht, die tevens als penaltylijn dient.
De tijdwaarneming en de rondentelling moeten zich ter hoogte van de finishlijn bevinden. Dit dient geregeld te worden door middel van transponders.
De medische voorzieningen dienen te voldoen aan de bepalingen in Artikel 300 van het KNMV Medisch Reglement, welke is opgenomen in het KNMV Motorsport Reglement.
Bevoegdheid Motocross Commissie |