Reglement KNMV Cup Supermotard 2002

1 DEFINITIE VAN SUPERMOTARD

Supermotard is een wedstrijd voor motoren, die zich gedeeltelijk afspeelt op de weg (asfalt) en gedeeltelijk op natuurlijk terrein, met natuurlijke obstakels.


2 MACHINES

De wedstrijden staan open voor: Solomachines en Quads welke dienen te voldoen aan de de Technische specificaties van Supermotard motoren, art.nr. 18.2


3 KLASSEN

· Voor 2002 wordt één klasse solo’s en één klasse quads geselecteerd voor de KNMV Cup competitie door de resultaten van de trainingstijden op de eerste dag, 13 april, van de Supermotard wedstrijden in Leeuwarden.
· De rijders die niet in aanmerking komen voor deze geselecteerde groep, rijden per wedstrijd voor het dagklassement. De wedstrijdleider heeft het recht om rijders toe te voegen aan
· Rijders welke later in het seizoen deel gaan nemen worden op basis van hun trainingsresultaten ingedeeld voor het verder seizoen.
· Afhankelijk van de totaal aantal deelnemers aan de Supermotard competitie wordt aan het eind van het seizoen een verder gedetailleerde klasse indeling en eventuele promotie/degradatie regeling vastgesteld.


4 LICENTIES

Deelname aan deze wedstrijden is voorbehouden aan houders van een geldige Supermotard startlicentie.

LEEFTIJDEN (t.a.v. type motor)

Tweetakten 250 cc, vanaf 15 jaar
Tweetakten boven 250 cc tot 750 cc, vanaf 16 jaar
Viertakten vanaf 250 tot 450 cc, vanaf 15 jaar
Viertakten boven 450 cc. tot 750 cc vanaf 16 jaar
Quads 250 cc tot 750 cc vanaf 16 jaar

· Er bestaat de mogelijkheid om maximaal 1 x deel te nemen met een proeflicentie, de kosten van deze proeflicentie zijn € 20,00.
· Bij het hierna aanvragen van een Supermotard startlicentie wordt € 15,00 in mindering gebracht op de kosten van de Supermotard licentie.
Laatste wijzigingen!!!
· Reglementair kan er alleen gereden worden door rijders met een Supermotardlicentie;
· Licentiehouders van een Supermotardlicentie dienen medisch gekeurd te zijn bij een SMA.

· Inzake de promotie van de Supermotard in Nederland heeft de KNMV Motocross Commissie besloten dat er 1 x per jaar een proeflicentie gekocht kan worden. Wel zal de aanvrager aan moeten kunnen tonen dat hij ervaring heeft in het rijden met wedstrijdmotoren in de baansport, wegrace of motocross.
· De kosten van een proeflicentie zijn Euro 20,00, deze kosten komen bovenop het inschrijfgeld.
· Aanvragers van een proeflicentie dienen ter plaatse een medische verklaring in te vullen, welke beoordeelt wordt door de wedstrijdarts. Als deze enige twijfel heeft aan de betreffende verklaring kan hij een startverbod opleggen.
· Proeflicenties kunnen uitsluitend bij de wedstrijdleider aangevraagd en betaald worden.
· De wedstrijdleider behoudt ten allen tijde het recht om na de vrije training een aanvrager van een proeflicentie de verdere deelname aan de wedstrijd te ontzeggen. De reden hiervoor kan zijn:
o Onveilig rijgedrag,
o blijkbaar te weinig rijervaring om verantwoord deel te kunnen nemen.
o In deze situatie wordt het inschrijfgeld niet terugbetaald.


5 OFFICIËLE SIGNALEN/TEKENS

Officiële signalen moeten gegeven worden door middel vlaggen met ongeveer de afmetingen 75 cm x 60 cm en wel als volgt:

Signaal Betekenis
Rode vlag, gezwaaid Stop, verplicht voor iedereen

Zwarte vlag en een bord met het
nummer van de rijder erop De aangeduide rijder moet stoppen

Gele vlag, stilgehouden Gevaar, langzaam rijden

Gele vlag, gezwaaid Onmiddellijk gevaar, voorbereid zijn om te stoppen, inhalen verboden

Rood/gele vlag Gevaar, olie op de baan

Blauwe vlag, gezwaaid Opgelet, u gaat gedubbeld worden
(De blauwe vlag moet gebruikt worden door aparte baancommissarissen, welke hiervoor een aparte instructie hebben ontvangen)

Groene vlag Baan vrij voor de start van de wedstrijd
(De groene vlag moet gebruikt worden door een techn. official alleen tijdens de startprocedure).

Zwart-wit geblokte vlag Einde van de trainingen/wedstrijd


6 DISCIPLINAIRE MAATREGELEN

Het niet opvolgen van signalen en instructies, gegeven door officials, baancommissarissen en andere op de wedstrijddag dienstdoende en als zodanig herkenbare personen, zal disciplinaire maatregelen tot gevolg hebben.


7 SAFETY CAR OF MOTOR

Voor en na elke wedstrijd wordt door een marshall per motor of auto de gehele baan rond gereden met een duidelijk zichtbare vlag, met de volgende betekenis:

Rode vlag:
De baan moet vrij gemaakt worden van voertuigen en dergelijke en is afgesloten voor het publiek.
(De marshall dient er voor te zorgen dat achter hem de baan ook daadwerkelijk vrij is en de publieksafzettingen zijn gesloten.) De baan wordt vrij gegeven voor de wedstrijd.

Groene vlag:
De baan is vrij, er kan overgestoken worden, reparaties uitgevoerd en dergelijke.


8 INFORMATIE

· De organisatie moet alle ingeschreven startlicentiehouders, dienstdoende officials, medische diensten en andere hulpdiensten tijdig voorzien van de benodigde wedstrijdinformatie en het Aanvullend Reglement.
· De deelnemers dienen dit bij aanmelding op het wedstrijdsecretariaat uiterlijk ’s-morgens voor aanvang van de wedstrijd te ontvangen, of inzage te kunnen verkrijgen.


9 REISVERGOEDING EN PRIJZENSCHEMA’S

De categorie Nationalen kent geen reiskostenvergoeding en/of een prijzenschema.


10 TRAINING

Alle deelnemers zijn verplicht aan de training voorafgaande aan de wedstrijd deel te nemen alvorens tot de wedstrijd te worden toegelaten.

10.1 Trainingen

· Gedurende een uur voor de start van de wedstrijd is trainen verboden, tenzij om uitzonderlijke reden door de wedstrijdleider toestemming is gegeven.
· De trainingen gelden tevens als kwalificatie voor de Cup klasse.

10.2 Machines tijdens de training

Bij de trainingen is het de deelnemers slechts toegestaan om machines te gebruiken die door hen onder hun eigen naam en startnummer bij de bij de machinekeuring zijn aangeboden en goedgekeurd.


11 TRANSPONDERS

Bij trainingen/ wedstrijden waarbij de tijdopname geschiedt door middel van transponders, is de rijder zelf verantwoordelijk voor zowel het aanbrengen als het goed functioneren van de transponder.
Laatste wijzigingen!!!
· Alle deelnemers rijden met transponders, de verstrekking hiervan is als volgt:
o Vrijdagavond, 12 april, van 19:00 uur tot 21:00 uur.
o Zaterdagmorgen, 13 april, van 08:00 uur tot 10:00 uur.
· De huurkosten voor de twee dagen zijn: Euro 20,00
· De borg voor de transponder is of de startlicentie of Euro 100,00. (De borg wordt teruggegeven na afloop bij inlevering van de transponder en bijbehoren)


12 START

12.1 Startprocedure

· De deelnemers dienen hun motoren tijdig, minimaal 5 minuten, voor aanvang van de wedstrijd in de opstelruimte te hebben geplaatst.
· De opstelling in deze ruimte is volgens de uitslag van de tijdtraining.
· Er vindt een groepsstart plaats met draaiende motoren.
· De startopstelling wordt bepaald door de uitslag van de tijdtraining.
· Op het startveld liggen bij elke startstreep bordjes met de rijnummers, opdat rijders onmiddellijk hun startpositie kunnen herkennen wanneer ze komen aanrijden. Deze worden weggehaald zodra de rijders op hun plaatsen staan, welke zij, zonder dat daartoe een sein gegeven wordt, niet meer mogen verlaten,
· Het startveld is alleen toegankelijk voor rijders met hun motoren en de startofficials.

Voor elke wedstrijd wordt een opwarmronde gereden.
· Voor het vertrek van deze opwarmronde wordt gestart vanaf de positie die bij de officiële start ingenomen dient te worden.
· Voor de opwarmronde wordt per rij gestart met een tussenpauze van ca. 5 seconden.
· Vanaf het moment, van ingaan van de opwarmronde, is geen hulp aan rijders of motoren meer toegestaan. Inhalen tijdens de opwarmronde is niet toegestaan.
· Indien geen extra opwarmronde gereden wordt, laat de verantwoordelijke official in de opstelruimte de rijders op startpositie vertrekken. Vanaf vertrek uit de opstelruimte mag er niet meer ingehaald worden.

Inhalen tijdens de opwarmronde wordt bestraft met 30 seconden toevoeging aan de verreden tijd in de wedstrijd.

· Er wordt collectief met draaiende motoren gestart.
· Het startsein wordt gegeven zodra van de technische official achter het startveld het sein ‘”akkoord” komt door middel van de groene vlag.
· De starter/kamprechter bevindt zich voor het startveld met de rode vlag omhoog, na het sein van de technisch official gaat de rode vlag naar beneden, verdwijnt de starter/kamprechter naar de zijkant voor het startveld, dan gaat het stoplicht op rood, waarna binnen 5 seconden het startlicht op groen springt.
· De startprocedure is niet meer te onderbreken na het neergaan van de rode vlag voor het startveld.

12.2 Maximum aantal starters

Richtlijn
· Solo's: 18 starters per kilometer lengte van het circuit met een maximum van 32
· Quads: 15 starters per kilometer lengte van het circuit met een maximum van 26

Het definitieve aantal wordt, afhankelijk van de baanmogelijkheden, door de wedstrijdleider vastgesteld.

12.3 Valse start

· Iedere rijder die een valse start veroorzaakt wordt bestraft met 30 seconden, toe te voegen aan de gereden tijd van de betreffende wedstrijd.
· De wedstrijdleider kan, indien hij dit noodzakelijk acht, de technische officials een functie toe wijzen met betrekking tot de startprocedure.
· De wedstrijdleider kan besluiten tot een herstart indien in zijn ogen geen duidelijkheid bestaat voor de veroorzakers van de valse start.


13 WEDSTRIJD

13.1 Wedstrijdtijd

· De wedstrijd is begonnen een half uur voor de eerste training en eindigt aan het einde van de protesttijd van de laatste wedstrijd van die dag.
· De wedstrijdtijd per manche, serie of finale is reglementair bepaald of wordt vermeld in het Aanvullend Reglement.
· De totale wedstrijdduur voor iedere rijder mag niet langer zijn dan 100 minuten.
· Er mag alleen gereden en geluid gemaakt worden op de zaterdag en zondag tussen 10:00 en 17:00 uur. Dit is een gemeentelijke verordening in de vergunning.

13.2 Keuze van de machine

· Een deelnemer kan per manche, serie of finale een andere machine gebruiken, mits deze op zijn naam en startnummer is gekeurd.
· Op het moment dat het oprijden van de eerste rijder naar het starthek is begonnen, kan er niet meer van machine worden gewisseld.


14 STOPPEN VAN EEN WEDSTRIJD

· De wedstrijdleider heeft het recht om op eigen initiatief, om dringende veiligheidsreden of in andere gevallen van overmacht een wedstrijd voortijdig te beëindigen.

· Indien de wedstrijdleider een wedstrijd stopt voordat de helft van het voorgeschreven aantal ronden is verreden, of voordat de helft van de voorgeschreven wedstrijdtijd is verstreken, wordt de wedstrijd opnieuw verreden of ongeldig verklaard. Indien in dit geval opnieuw wordt gestart zal een rustpauze worden ingelast van minimaal 30 minuten.
· Bij een herstart is het wisselen van machines toegestaan, mits de machine tijdens de technische keuring is gekeurd volgens voorschrift.

De wedstrijdleider kan een of meer rijders, die geacht worden schuld te hebben aan het stoppen van de wedstrijd, uitsluiten voor deelname aan de herstart.

· Als de wedstrijd wordt gestopt nadat de helft van het voorgeschreven aantal ronden is verreden, of nadat de helft van de voorgeschreven wedstrijdtijd is verstreken, geldt de klassering van de ronde voorafgaand aan de afgevlagde ronde.
· Rijder(s) die door de wedstrijdleider aangemerkt wordt(worden) verantwoordelijk te zijn voor het vroegtijdig stoppen van de wedstrijd, worden uit de uitslag gehaald.

· Behalve in het geval van een valse start mag een wedstrijd slechts één keer herstart worden.
· Als het noodzakelijk is om de opnieuw gestarte wedstrijd weer te stoppen, voordat de helft van de wedstrijdduur is verstreken, dan wordt deze wedstrijd als zijnde niet gereden beschouwd.


15 HULP VAN BUITENAF

· Alle hulp van buitenaf op de baan is verboden, behalve als deze verleend wordt door een baancommissaris van de organisatie, een official en/of een helper in het belang van de veiligheid.
· De straf voor overtreding van deze regel is uitsluiting van verdere deelname aan de wedstrijd.


16 RENNERSKWARTIER

· Deelnemers dienen de aanwijzingen van de officials/medewerkers op te volgen inzake o.a. het parkeren van de voertuigen.
· Het afspuiten van motoren in het rennerskwartier is verboden.
· De deelnemers dienen hun plaats in het rennerskwartier opgeruimd achter te laten en eventueel afval mee te nemen of te deponeren in de daartoe bestemde vuilniscontainers
· Het gebruik van de zogeheten milieumatten in het rennerskwartier is verplicht. Deze matten dienen door de rijders zelf te worden aangeschaft.

16.1 Specificaties milieumat
· De minimale grootte van de milieumat dient zodanig te zijn dat de motorfiets er volledig op kan staan.
· Het opnamevermogen dient ca. 1.50 liter olie per vierkante meter matoppervlak te zijn.
· De rug van de mat dient van kunststof te zijn welke bestand is tegen de in- en bij de motor gebruikte vloeistoffen en moet trek- en scheurvast te zijn.
· De mat mag niet doorlekken.
· Een mat met scheuren of gaten wordt afgekeurd.
· Matten die niet meer geschikt zijn kunnen bij een gemeentelijk afvaldepot worden ingeleverd onder vermelding van “oliehoudend afval”.


17 OPSTELRUIMTE EN MACHINEKEURING

17.1 Opstelruimte
· De opstelruimte voor deelnemende motoren is bij voorkeur gesitueerd aansluitend op de startruimte aan de buitenkant van de baan en zo dicht mogelijk bij het rennerskwartier.
· De opstelruimte dient voorzien te zijn van opstelnummers en voldoende groot te zijn voor het correct opstellen van de deelnemende solomotoren en quads.
· De opstelruimte dient rondom zodanig afgezet te zijn met vaste hekken, dat toegang alleen mogelijk is via de hiervoor bestemde en bewaakte ingang.
· Roken en open vuur is in deze ruimte verboden.

17.2 Machinekeuring
· De ruimte voor de machinekeuring, helmkeuring, verstrekking transponders en dergelijke ligt aangesloten aan de opstelruimte.
· De toegang vanuit het rennerskwartier tot de opstelruimte dient via deze keuringsruimte te lopen.
· In de keuringsruimte dienen enkele tafels en stoelen aanwezig te zijn.
· Indien de plaatselijke situatie bovenstaande niet mogelijk maakt, kan de wedstrijdleider een andere werkbare opstelling en locatie vaststellen.
· Roken en open vuur is in deze ruimte verboden.

17.3 Aangeef- en reparatieruimte

· Toegang tot deze ruimte hebben:
o Per rijder 1 monteur en 1 aangever voor de betreffende race, deze dienen in het bezit te zijn van een monteurslicentie, gecombineerd met een toegelaten voor deze ruimte van de organisator.
o De hier dienstdoende officials.
o Overige door de organisator in deze ruimte toegelaten personen.

· Bijtanken is alleen toegestaan in deze reparatieruimte en moet gedaan worden met uitgeschakelde motor.
· Rijders die de reparatieruimte binnengaan, moeten stoppen voor zij weer de baan op gaan.
· Overtreding betekent uitsluiting van de betreffende manche.
· Roken en open vuur is in deze ruimte verboden.
· Alle in deze ruimte aanwezige personen dienen zichtbaar hun toelatingsbewijs te dragen en deze op eerste vraag te tonen aan de bewaking van deze ruimte.
· Kinderen en dieren zijn niet toegestaan in deze ruimte.


18 TECHNISCHE KEURING

18.1 Keuring

De volgende keuringen worden uitgevoerd:

· Keuring van de helm en kleding van de rijder: eendelig pak (leer of door de FIM gehomologeerd kevlar, in overeenstemming met het Wegrace Reglement), laarzen, leren handschoenen en een verplichte rugbescherming. (Zie de bijlage Kleding en Helmen uit het Wegrace reglement)
· Deelnemers met een proeflicentie, die niet in het bezit zijn van de bovengenoemde kleding, mogen een motocross outfit dragen. Het dragen van 100% katoenen ondergoed onder de kleding is dan een voorwaarde. Deze katoenen onderkleding dient alle lichaamsdelen onder de bovenkleding te bedekken. (Dus ook de armen en benen volledig)
· Keuring van de motor / quad
Bij de technische keuring controle moet elke rijder een motorfiets onder zijn naam en nummer aanbieden. Voor een tweede motorfiets zijn twee mogelijkheden:
a) Een rijder kan bij de technische controle een tweede motorfiets onder zijn naam en nummer aanbieden.
b) Een team of een groep rijders kan bij de technische controle een tweede motorfiets aanbieden die zo nodig door verschillende rijders zal worden gebruikt, vooropgesteld dat de motorfiets onder de naam en nummer van die rijders was geregistreerd. In dat geval moet het team, dat de motorfiets bij de technische official aanbiedt, de namen en de nummers van de rijders, aan wie het gebruik van de machines is toegestaan, opgeven.

18.2 Specificatie van de motoren:

· Cilinder inhouden en aantal cilinders:
Solo en Quads: van 250 cc. tot 750 cc., 1 of 2 cilinder, twee- of viertakt.

· Verder volgens de voor solo en quads geldende regels van het Technische Reglement Motocross, aangevuld met de hierna vermelde, specifiek voor de Supermotard, geldende regels.

· De solo machines en quads moeten voorzien zijn van nummerplaten volgens het Motocross Technisch Reglement.
Uit het motorcross Technisch reglement:
· De cijfers moeten duidelijk leesbaar zijn en evenals de ondergrond in matte kleuren zijn om spiegeling door het zonlicht te voorkomen. De minimale afmetingen van de cijfers zijn:
hoogte van het cijfer: 140 mm
breedte van elk cijfer: 80 mm
lijndikte: 25 mm
ruimte tussen cijfers: 15 mm
· De cijfers dienen een zwarte kleur te hebben die op een gele ondergrond worden geplakt

· Aanwezigheid van de beveiliging op de remblokken pen of borgmoer).

· Borgdraad door de bevestigingsbouten van de remschijven moeten zichtbaar zijn.
Laatste wijziging!!!
WAT LOS KAN LOPEN VAN DE VOOR EN ACHTERREM DIENT GEBORGD TE ZIJN DMV RVS
BORGDRAAD. OOK DE WIELASSEN DIENEN GEBORGD TE ZIJN TEGEN LOSLOPEN.

· Olie en water vul- en aftappluggen dienen zichtbaar geborgd te zijn met borgdraad.

· Aanwezigheid van een bescherming over de verstevigingstang van het stuur.

· Metalen bescherming over de kettingwielen
Laatste Wijziging!!!
HET AANWEZIG ZIJN VAN EEN IN ORIGINELE STAAT ZIJNDE VOORKETTINGWIEL
AFSCHERMING EN KETTINGGELEIDER BIJ HET ACHTERKETTINGWIEL IS VOLDOENDE.

· De stuurinrichting van de quads dient zichtbaar geborgd te zijn.

· Aanwezigheid van een beveiliging over de stuurklemmen bij sturen zonder verstevigingstang. De stuureinden moeten afgedicht zijn.

· Het aanwezig zijn van handbeschermbeugels op het stuur op de solo motoren.
Laatste wijziging!!!
DEZE MOGEN WEL VAN KUNSTSTOF ZIJN, MITS GELIJKWAARDIG AAN DE ORIGINELE
HANDBESCHERMERS ZOALS O.A. KTM DEZE OP ZIJN MOTOREN HEEFT. DE BEUGELS DIENT
ZOWEL AAN HET EIND VAN HET STUUR ALS OP HET STUUR ZELF GEMONTEERD TE ZIJN.

· Overlopen en ontluchtingen van de diverse vloeistoffen welke in/aan de motor aanwezig zijn, dienen aangesloten te zijn op correct bevestigde en gesloten opvangtank(s), voldoende groot voor 1 (een) heat/manche. Deze opvangtanks dienen voor elke start geleegd te zijn.

· De enige toegestane koelvloeistof is water of een mengsel van water en ethylaceton. (Ethylacteon is een zeer vluchtige vloeistof)

· De maximale profieldiepte van de voor- en achterbanden in het midden van de band is 10 mm..

· Banden van het type cross, enduro of trial zijn verboden.

· Het opsnijden van banden is toegestaan, uitsluitend met de hiervoor bestemde snijapparatuur. Het gebruik van messen is niet toegestaan. Het wapeningskarkas van de band mag niet worden opengelegd of beschadigd.

· Startonderbrekers zijn verplicht op zowel de solo motoren als op de quads.

· Het geluid van de motoren dient te voldoen aan normen zoals gesteld in het Motocross Technisch Reglement.
Laatste wijziging!!!
HET GELUID VAN DE MOTOR WORDT GEKEURD NA DE EERSTE VRIJE TRAINING. HIERVOOR
GELDEN DE REGELS VAN HET TECHNISCH REGLEMENT MOTOCROSS.


· Behalve transponders mag geen andere communicatiemiddel gebruikt worden.

18.3 In alle gevallen waarin de bovenstaande regels, specifiek voor de Supermotard, niet voorzien, is het Motocross Technisch Reglement van toepassing.


19 TECHNISCHE NACONTROLE
Deze zal geschieden in gevolge art. 18.02 van het Technisch Reglement Motocross.


20 PROTESTEN

Zie Motorsport Reglement, hoofdstuk 190.


21 AANSPRAKELIJKHEID

· Deelnemers kunnen noch de KNMV en haar officials, noch de organisator en haar medewerkers, noch enig andere deelnemer aan wedstrijden aansprakelijk stellen voor de gevolgen, voortvloeiende uit deelname aan wedstrijden.
· Deelnemers kunnen elkaar onderling niet aansprakelijk stellen.


22 TIJDWAARNEMING EN RONDENTELLING

· De tijdwaarneming en de rondentelling moeten zich ter hoogte van de finishlijn bevinden. Dit dient geregeld te worden door middel van transponders.
· Transponders kunnen gekocht of gehuurd worden.
· Bij huur dienen de rijders naast het voldoen van het huurbedrag hun licentie als borg in te leveren bij het uitgifte- en innamepunt nabij de Technische Controle.


23 PASSEREN VAN DE FINISHLIJN

De tijd waarop een deelnemer de finishlijn passeert wordt geregistreerd op het moment dat het voorste gedeelte van de machine de lijn overschrijdt.


24 RESULTATEN/KLASSERINGEN/COMPETITIE

24.1 Klassering

Winnaar is de deelnemer die in overeenstemming met de reglementen als eerste de finishlijn passeert. De volgende deelnemers zullen afgevlagd worden als zij de finishlijn passeren.

Niet geklasseerd worden, tenzij het Aanvullend Reglement anders voorschrijft, de deelnemers die:
a. De finishlijn niet binnen 5 minuten na de doorkomst van de winnaar gepasseerd zijn.
b. Niet het 3/4 deel van het totaal aantal ronden van de winnaar hebben afgelegd. (afgerond op hele ronden naar beneden).
c. De baan hebben afgesneden of niet op de juiste wijze hebben afgelegd.

24.2 Dagklassement

Het dagklassement wordt opgemaakt door optelling van het aantal behaalde punten per wedstrijd. Bij een gelijk aantal punten is de uitslag van de laatste wedstrijd beslissend.

De volgende punten worden per manche aan de rijders toegekend:

1e plaats 20 ptn. 6e plaats 10 ptn. 11e plaats 5 pnt.
2e plaats 17 ptn. 7e plaats 9 ptn. 12e plaats 4 ptn
3e plaats 15 ptn. 8e plaats 8 ptn. 13e plaats 3 ptn.
4e plaats 13 ptn. 9e plaats 7 ptn. 14e plaats 2 ptn.
5e plaats 11 ptn. 10e plaats 6 ptn. 15e plaats 1 pt.


25 KNMV CUP KLASSEMENT

Voor het bepalen van de eindstand van de competitie worden de uitslagen van alle finalewedstrijden bijeengeteld. Indien in de eindstand van de competitie meer rijders eindigen met een gelijk aantal punten, dan geldt het navolgende voor het bepalen van de hoogste klassering:

a) Het aantal eerste plaatsen.
b) Het aantal tweede plaatsen.
c) Het aantal derde plaatsen.
d) De beste klassering in de laatste finalewedstrijd van de betreffende competitie.


26 MEDISCHE VOORZIENINGEN

De medische voorzieningen dienen te voldoen aan de bepalingen in Artikel 300 van het KNMV Medisch Reglement, welke is opgenomen in het KNMV Motorsport Reglement.


27 PROTESTEN

Protesten moeten worden ingediend overeenkomstig de bepalingen in Artikel 190 van het KNMV Juridisch Reglement, welke is opgenomen in het KNMV Motorsport Reglement.


28 SLOTBEPALINGEN

28.1 Bevoegdheid wedstrijdleider
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, tijdens de wedstrijd en de wedstrijd betreffende, beslist de wedstrijdleider.

28.2 Bevoegdheid Motocross Commissie
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Motocross Commissie der KNMV.


Bijlagen:

Uit het Technisch Reglement Wegrace.

HOOFDSTUK V - HELMEN EN KLEDING

01.65 UITRUSTING EN BESCHERMENDE KLEDING
Algemeen
Tijdens de training en de wedstrijd moeten de deelnemers kleding en schoeisel dragen, welke in een goede staat dienen te zijn en tevens voldoen aan de eisen zoals hier gesteld.

65.1
· Rijders en passagiers moeten een compleet, niet (ook niet middels een rits) deelbaar, geheel lederen pak dragen met een materiaaldikte van tenminste 1,2 mm.
· Pakken van andere stof zijn toegelaten mits ze voldoen aan de eisen, gesteld in art. 65.07. Bij Dragraces zijn gedeelde pakken wel toegestaan.
· Op de volgende plaatsen moet een dubbele laag leer, of tenminste een kunststof foam van tm 8 mm dikte zijn aangebracht; schouders, ellebogen, beide zijden van het lichaam ter hoogte van de heupen, het rugpand en op elke knie.
· Het dragen van een extra rugbeschermer is verplicht.

65.2
· Zowel een rijder als een passagier moeten onderkleding dragen als een pak niet is gevoerd.
· Onderkleding kan het best van Nomex zijn gemaakt maar mag ook van zijde of eenvoudigweg van katoen zijn.
· Synthetisch materiaal dat kan smelten en bij een val schadelijk kan zijn voor de huid is niet als de voering of als onderkleding toegestaan.

65.3
· Het schoeisel van de rijder moet van leer zijn of van een goedgekeurd materiaal.
· De schachthoogte van het schoeisel moet minstens 200 mm bedragen en goed aansluiten op het pak.

65.4
· Zowel rijders als passagiers moeten lederen handschoenen dragen.

65.5
· De materialen van kleding en het eindproduct moeten getest zijn door een erkend test-instituut, waarbij vooral gelet word op de slijtvastheid en vuurbestendigheid van die delen die direct in contact zijn met de huid.
· Kleding en uitrusting kan voorzien zijn van een KNMV- dan wel FIM-keurmerk.
65.7
· Andere materialen dan leer moeten op de onderdelen;
o brandbestendigheid,
o slijtvastheid,
o glij-weerstand op asfalt,
o doorademend,
o (niet)-giftigheid of allergieverwekking
o smeltvastheid minimaal gelijk zijn aan leer met een dikte van 1,5 mm.

65.8
Nationale Bonden die kleding zelf willen doen testen moeten van het Instituut dat hun testen uitvoert een certificaat overleggen bij de FIM.

01.67 DRAGEN VAN DE HELM

· Gedurende training en wedstrijd moet de deelnemer zodra hij op zijn motor zit om aan de training of wedstrijd deel te nemen een goed bevestigde, beschermende en in goede staat verkerende helm dragen die - voor wat betreft de KNMV-startbewijshouder - is voorzien van een geldige 'KNMV- jaarsticker' voor motorsporthelmen.
· De helm moet een goede pasvorm hebben op het hoofd van de deelnemer. De keurmeester zal zich van de pasvorm en bevestiging op het hoofd kunnen overtuigen. Daarbij mag een kinband niet over de kin getrokken kunnen worden en mag de helm, ook niet met enige kracht naar voorwaartse- of achterwaartse richting van het hoofd gekanteld kunnen worden.
· Alleen helmen met een kinband als retentiesysteem zijn toegestaan.
· Bij wegraces en sprint is het gebruik van een volledig gesloten, zogenaamde full-face- helm verplicht.
· Helmen, waarvan de buitenschaal uit meer dan 1 deel bestaat zijn alleen toegestaan als ze bij geval van een ongeval snel en eenvoudigweg zijn af te nemen alleen en slechts door de kinbandsluiting te openen of de kinband door te snijden. Andere sluitingen mogen dit niet verhinderen.

01.69 HELM-INSPECTIE VOOR KNMV STARTBEWIJSHOUDERS

69.1.1 Toelatingsmerk
· Elke in een KNMV evenement te gebruiken helm moet zijn voorzien van een geldig 'KNMV toelatingsmerk' voor motorsporthelmen.
· De KNMV geeft haar toelatingsmerk motorsporthelmen slechts af voor die helmen waarvan de fabrikant of diens -bij een Kamer van Koophandel ingeschreven- vertegenwoordiger op de Nederlandse markt, voor het betreffende merk en type helm bij de KNMV een type-toelating heeft verkregen.
o Een aanvraag tot toelating moet worden ingediend bij het secretariaat der KNMV te Arnhem en moet vergezeld gaan van een duidelijke vermelding van het helmenmerk en typeaanduiding, van een duidelijke kleurenfoto of fabrieksfolder en een omschrijving van de technische specificatie van schaalmaterialen, opbouw en eventuele bijzonderheden.
o De aanvraag moet tevens het voor deze helm verleende ECE- goedkeuringsnummer -ten minste met specificatie ECE 22-04- vermelden.

69.1.2 Type-toelating
· Een toelating wordt per helmtype verleend, voor een termijn van vier jaren.
· Een toelating ontslaat een fabrikant niet van zijn wettelijke produkt-aansprakelijkheidsverplichting.

69.1.3 Lijst van toelatingen
· De KNMV publiceert voor aanvang van een kalenderjaar in haar Bondsorgaan "Motor" de lijst met verleende en voor dat jaar geldende 'toelatingen motorsporthelmen'. Tussentijdse toelating kan in de jaarlijst worden opgenomen en zal afzonderlijk worden gepubliceerd.
· De lijst zal vermelden, het handelsmerk en typenaam van de helm, het daarbij behorende ECE- goedkeuringnummer en de naam van de aanvragende fabrikant of diens importeur/ vertegenwoordiger.

69.2 Inspectie van helmen
· Een KNMV jaarsticker als bedoeld in artikel 69.1.1 wordt door de Technische Commissie van de KNMV op een helm aangebracht nadat bij inspectie is gebleken;
o dat het betreffende merk en type voorkomt op de jaarlijst van toelatingen als bedoeld in artikel 69.1.3;
o dat de helm is voorzien van het officiële ECE- goedkeuringslabel of een door de FIM erkend goedkeuringslabel welke vast in de helm is bevestigd en goed leesbaar aangeeft, het betreffende goedkeurings- en serienummer;
o dat er sprake is van een winkelnieuwe, dus ongebruikte en in goede staat verkerende helm of -naar het oordeel van de TC- in nieuwstaat verkerende helm;
o dat er aan deze helm geen andere dan door/ vanwege de fabrikant aangebrachte veranderingen zijn doorgevoerd, die een inbreuk op de ECE- goedkeuringsnorm betekenen. Immers in dat geval zal dat als een helm zonder goedkeuringslabel worden aangemerkt.

69.2.1 Geldigheidsduur
· Een KNMV jaarsticker heeft een geldigheid van ten hoogste vier jaren. Hiervoor wordt een sticker met jaartal-aanduiding in een wisselende kleur gebruikt.
· Een helm waarvan de geldigheid van het toelatingsmerk is vervallen kan niet opnieuw worden voorzien van een jaarsticker. Kortom; een helm heeft in de motorsport een maximale 'gebruiksduur' van vier jaren.
· Helmen, die naar het oordeel van de TC door een beschadiging -bijvoorbeeld na een val- of anderszins niet meer voldoen aan de voorwaarden in dit Reglement, of waaraan anderszins een defect wordt waargenomen, verliezen hun toelating. Hiertoe zal de keurmeester de KNMV jaarsticker van de helm verwijderen.

69.2.2 Verplichting rijder
· Het is de plicht van de rijder, zijn helm bij de aanvang van een nieuw motorsportjaar bij de TC ter inspectie aan te bieden.
· Het is de plicht van een rijder, zijn helm, nadat hij bij een valpartij is betrokken geweest, terstond bij de TC ter inspectie aan te bieden. De betreffende nummers van de helm worden vastgelegd en de helm kan voor nader onderzoek in bewaring worden gehouden.

69.3 Overgangsmaatregel
· Helmen die voorheen door de KNMV zijn voorzien van een helmensticker behouden hun toelating voor de daarvoor geldende periode behoudens dat zij niet langer voldoen aan de bepalingen, genoemd in de artikelen 01.67, 69.2.1 en 69.2.2.
· Voor het jaar 2001 zijn helmen met stickernummers onder 14.000 dus niet meer toegelaten.

01.71 OOGBESCHERMING
· Het is toegestaan een (optische) bril te dragen, evenals het gebruik van een vizier en vizierbescherming (zgn. ‘tear offs).
· Het materiaal van glazen of vizieren moet splintervrij zijn.
· Vizieren moeten een standaard onderdeel van de helm zijn.
· Een vizier of glazen die ernstig zijn bekrast of beschadigd mogen niet worden gebruikt.


<<< vorige pagina <<<